Een gevaarlijke wending in het pensioenbeleid of erkenning van een realiteit? Een andere kijk…


De Academische raad voor het pensioenbeleid liet van zich horen door de plannen van de regering te kelderen. Deze plannen volgen helemaal niet de ideeën uit het rapport van de Commissie Pensioenhervorming.

Academici vertrekken vanuit een theoretische benadering gebaseerd op modellen en hypothesen om tot een resultaat te komen. Toetsing met de economische realiteit ontbreekt.

Het repartitiestelsel zoals we het sinds de jaren 60 in België kennen heeft geleid tot een bijzonder groot financieel onevenwicht.

Een repartitiestelsel heeft

-inkomsten : een percentage op de loonmassa

-en uitgaven: een pensioen aan al de gepensioneerden. Hierbij moeten we niet vergeten dat een groot deel van de bevolking speciale voordelen krijgt voor de pensionering. Ook bestaat er een groot onevenwicht tussen het beloofde pensioen voor de ambtenaar versus dat van de werknemer.

Inkomsten en uitgaven moeten in evenwicht zijn vermits er niet wordt gespaard voor de toekomst.

Het onevenwicht ontstaat omdat :

-loonmassa : de groei van de loonmassa is beperkt door hoge werkloosheid en geplafonneerde lonen en inflatie.

-pensioen: wordt uitgedrukt in € op basis van je vroegere salaris

-gepensioneerden : deze groep groeit niet alleen fors aan, ze leven ook steeds langer.

Deze inkomsten en uitgaven in evenwicht houden is onmogelijk geworden, vooral door de groeiende groep gepensioneerden.

Dit probleem wordt slechts gedeeltelijk erkend. Het repartitiestelsel wordt niet in vraag gesteld evenals de speciale voordelen die sommige groepen toebedeeld kregen.

De verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar is een ingreep die de uitgaven zal beperken. Dit zal nog niet voldoende zijn, maar is een stap in de goede richting.

Een aantal zaken moeten veranderen:

-de loopbaan: eerder dan werken van 20-25 tot 60-67 jaar aan één stuk in een economisch model van groei met alle gevolgen van dien, moet vervangen worden door een model waar we langer kunnen werken maar aan een aangepast ritme. De arbeidsmarkt en reglementering, werkgevers en werknemers, sociale zekerheid , opleiding…moeten aangepast om dit mogelijk te maken. Veranderen van job, bijstuderen, na je 50ste switchen van job, bijverdienste als zelfstandige,…moet allemaal kunnen met veel meer flexibiliteit dan vandaag het geval is.

Er wordt gepleit om het stelsel te vervangen door een pensioen toe te kennen in punten eerder dan in euros. In de landen waar dit vandaag gebeurt, is het de bedoeling om de waarde van het punt te gebruiken om een evenwicht te bereiken. Lees : voor hetzelfde aantal punten krijg je minder euros. Dat helpt de consument niet, want maakt hem afhankelijk van de (politieke) instanties die de waarde van het punt bepalen met een budgetair evenwicht in het achterhoofd.

De aanvullende verplichte 2de pijler wordt als een oplossing naar voor geschoven. Een veralgemening naar sectoren, bedrijven met een rendementsgarantie gedragen door de werkgever, is blijkbaar de oplossing.

Dit academisch standpunt houdt geen rekening met de economische realiteit. Rendementsgarantie is een illusie:

-de garantie van om en bij de 3% in een economische wereld van +/- 0% intrest kan gewoon niet. Zeker niet als die lage intrest langere tijd zou aanhouden.

-de solvency regels leggen hogere kapitaalseisen op aan bedrijven die garanties toekennen. Omdat ze een hoger risico lopen. Wat ook logisch is; geef je veel garanties dan moet je die ook kunnen waarmaken en daarom heb je meer kapitaal nodig.

Gevolg : de spaarproducten die een rendement garanderen (basis van de individuele en groepsverzekeringen) zijn dood. Veruit de meeste verzekeraars commercialiseren deze producten niet meer vandaag. Ook werkgevers willen die financiële strop niet rond de nek.

Risico’s (overlijden, invaliditeit, hospitalisatie) en beleggingen zijn om deze redenen de producten die vandaag nog gecommercialiseerd worden.

Men spreekt van de individuele bescherming van de consument. Is die dan niet beschermd vandaag? Heeft de FSMA dan andere regels voor een aanvullend pensioen dan voor een ander product van tak 21 of 23? De controle over de financiële sector is algemeen en van toepassing op aanvullende pensioenen net zoals op individuele verzekeringen. De rendementsgarantie is het enigste verschil (discriminatie?) dat niet gedragen wordt door een economische realiteit.

Daarom stelt de regering alternatieven voor. Zijn ze goed of slecht? Daarover kan je debateren. Maar ze hebben in elk geval al de verdienste om te proberen een oplossing te vinden voor een repartitiestelsel dat niet meer houdbaar is.

Pensioen – in tegenstelling tot de bewering van de Raad – is geen risicoproduct zoals overlijden. Vele mensen betalen een kleine premie, en die dient om enkelen die een ongeval hebben te vergoeden. Dit gaat niet op voor het pensioen; zeer veel mensen hebben recht op een pensioen gedurende een langere tijd. Indien met niet wil erkennen dat het pensioen een “spaarproduct” is, en blijven vasthouden aan een financiering door repartitie, blijven we een beperkt aantal opties op tafel leggen, beperken we de creativiteit en de mogelijke oplossingen.

Tag Cloud